Fysisch 

 
Veel informatie is afkomstig uit het boek "Slapen en Dromen" geschreven door J. Hobson en vertaald door Prof. dr. A.M.L. Coenen, bovendien is veel informatie afkomstig van de lezing door Prof. dr. A.M.L. Coenen op Universiteit Twente op 11 December 2003.

slaapfasen
Het hoofdstuk "slaapfasen" is voor een deel niet in eigen woorden. De inhoud is met toestemming overgenomen, aangepast kwa layout en aangevuld.

Op grond van metingen van de elektronische activiteit in de hersenen, gemeten d.m.v. een elektro-encefalogram (EEG). oogbewegingen en spierspanning zijn verschillende stadia in de slaap te onderscheiden. Een EEG is het resultaat van het meten van electrische spanningen aan de oppervlakte van de schedel. Van deze wisselende spanningen is een grafiek te maken waarbij de spanning wordt uitgezet in de tijd.

'actief' wakker zijn
- Wanneer mensen 'actief' wakker zijn en activiteiten verrichten als lopen, schrijven, lezen en denken, vertoont het EEG snelle, onregelmatige activiteit: bta-activiteit.
De frequentie van de golven ligt boven de 13 Hz, terwijl de amplitude laag gevolteerd is.

'passief' wakker zijn
- 'Passief' wakker zijn (ontspannen liggen of zitten) wordt gekenmerkt door grotere ritmische golven van 8-13 Hz: alfa-activiteit. De amplitude blijft onder de 50 uV. Deze periode is het voorstadium van de slaap. Bij goede slapers duurt dit stadium ongeveer 7 minuten.

stadium 1; doezelen
- Stadium 1 is de periode van het 'doezelen'. Het EEG vertoont een vlak patroon. Naast alfa- en bta-activiteit komen er ook langzame ritmen voor: thta-activiteit (3-8 Hz). Soms zijn er slaapspoelen: perioden van snelle hersenactiviteit (12-14 Hz) met een laag voltage, die van een halve tot twee seconden duren. Op basis van deze kenmerken rekent men stadium 1 tot de slaap, maar de persoon in kwestie kan ontkennen dat hij geslapen heeft ('Ik had alleen even mijn ogen dicht'). Tijdens stadium 1 zijn er langzaam draaiende oogbewegingen. De ledematen worden zwaar en de spierspanning neemt af. Mensen reageren in deze fase minder op prikkels van buiten af en hun gedachten zwalken.

stadium 2; lichte slaap
- In de beleving van de slaper is stadium 2 (de lichte slaap) het eerste 'echte' slaapstadium. Deze fase duurt ongeveer een half uur. De EEG-activiteit is langzamer, de golven hebben een grotere amplitude dan in stadium 1. Behalve slaapspoelen treden er K-complexen op: grote langzame golven met een amplitude van meer dan 100 uV, gevold door kleinere, snelle golven. In dit stadium van de slaap is de slaper moeilijk wakker te maken. Er zijn flarden van gedachten, de spieren zijn slapper dan in stadium 1 en oogbewegingen ontbreken.

stadium 3en 4; deltaslaap; diepe slaap
- Na ruim een half uur is de slaper 'afgedwaald' in de diepste fase, de deltaslaap. Vanwege de grote, langzame EEG-golven met een frequentie van minder dan 2 Hz en een amplitude van meer dan 75 uV (delta-activiteit), wordt deze fase ook wel aangeduid als slowwave-sleep (SWS). Men spreekt van deltaslaap wanneer het EEG voor meer dan 20 % uit deze golven bestaat. Bij een gezonde volwassene kan dit stadium tot een uur duren. De spieren zijn maximaal ontspannen, hartslag en bloeddruk bereiken hun laagste 24-uur minima, de ademhalingsfrequentie en lichaamstemperatuur dalen. Tijdens de deltaslaap is de slaper slechts met moeite wakker te krijgen.

REMslaap; dromen
- Na de deltaslaap wordt de slaap geleidelijk lichter en nemen de lichaamsbewegingen toe. Stadium 2 en 1 worden gepasseerd en de eerste REM-slaap treedt op. De EEG-golven hebben een frequentie van meer dan 13 Hz; er treden 'zaagtandgolven' op. Sinds het begin van de slaap zijn nu ongeveer 90 minuten verlopen. De REM-slaap is voor het eerst beschreven door Aserinsky, die in 1953 onderzoek deed naar oogbewegingen tijdens de slaap. Hij ontdekte dat er tijdens de slaap perioden voorkomen waarbij de ogen snel heen en weer bewegen. Deze perioden worden sindsdien REM-slaap genoemd (REM = Rapid Eye Movement), de overige slaapfasen NREM-slaap. De oogbewegingen kunnen met een electro-oculogram (EOG) in een slaaplaboratorium worden geregistreerd. Later is een sterk verband aangetoond tussen de kijkrichtingen binnen de droom en de feitelijke oogbewegingen. Tegenwoordig wordt dit gegeven binnen experimenten gebruikt waarbij de dromer een signaal naar de buitenwereld kan geven op een vantevoren afgesproken situatie. Hierbij moet de dromer wel bewust zijn dat hij/zij droomt en moet de afspraak correct kunnen herinneren op dat moment. Indien een persoon tijdens zijn REM-slaap wakker wordt gemaakt, herinnert hij zich vaak wat hij heeft gedroomd. Hierdoor wordt de REM-slaap vaak ook de 'droomslaap' genoemd maar dit is feitelijk onjuist: ook tijdens de NREM-slaap komen dromen voor.

non REM dromen Ook in de andere slaapfases is het mogelijk dat je iets droomt (of zoiets dergelijks), maar deze zijn moeilijker te herinneren en de ogen bewegen niet zoals in een REM-droom, mensen die uit een non REM droom wakker worden gemaakt, vertellen in sommige gevallen gedroomd te hebben. Hoe vaak dat het geval is, is vooral afhankelijk van hoe het begrip "droom" wordt gedefinieerd.

slaaparchitectuur; verdeling van slaapfasen over de nacht
De afwisseling van NREM-slaap, REM-slaap en NREM-slaap vindt ongeveer vijf zes keer gedurende een nacht plaats. Het verloop van de slaap - dat wil zeggen: de duur van de opeenvolgende stadia en het aandeel van de diverse stadia in de totale stap - wordt aangeduid als de slaaparchitectuur. Tegenwoordig is het mogelijk met behulp van een geautomatiseerde analyse van slaaparchitectuur een zogenaamd hypnogram (letterlijk: een tekening van de slaap) vast te stellen. De gezonde slaap van een volwassene bestaat in totaal voor ongeveer 5 procent uit stadium-1 slaap, 40 procent uit stadium-2 slaap, 25 procent uit deltaslaap en 25 procent uit REM-slaap. De overige 5 procent wordt besteed aan wakker liggen. Naarmate de nacht vordert, duurt de deltaslaap korter, terwijl er een toename is van de hoeveelheid stadium-2 slaap. De REM-slaapperiode wordt langer naarmate de nacht verstrijkt. De gemiddelde duur van een REM-slaap is 15 minuten, maar deze fase kan ook een uur duren. Lichaamsbewegingen zijn er vooral tijdens de lichtere fasen van de slaap en de REM-slaap, en gaan vaak samen met het veranderen van houding. Hoewel slapers daar soms wakker van worden neemt het aantal houdingsveranderingen af en blijken mensen een voorkeur te ontwikkelen om op een rechterzij te slapen. Mensen worden al gauw 20 keer per nacht wakker, maar deze periodes zijn erg kort, en dit vergeet je in regel ook.

Leeftijd
De slaaparchitectuur is nogal afhankelijk van de leeftijd.
Babies t/m twee maanden heb nog geen echte ritme. Tussen twee en vier maanden, bestaat er wel een ritme, maar deze is nog niet gekoppeld aan de dag- en nachtritme, maar ligt wel in de buurt. Vanaf vier maanden is deze rime gekoppeld aan de dag- en nachtritme. Babies slapen vanaf de geboorte 16 uur per etmaal, waarvan de helft de REM slaap is.
Vanaf 1 jaar, is de totale slaap teruggelopen tot zo'n 13 uur per etmaal, waarvan 3 uur REM slaap.
Vanaf 10 jaar, is de totale slaap teruggelopen tot zo'n 10 uur per etmaal, waarvan ruim 2 uur REM slaap. De nacht bestaat vergeleken meteen volwassene relatief veel uit de diepe slaap (vooral tijdens de eerste slaapcyclus) en uit de REM slaap. Vanaf 20 jaar, is de totale slaap teruggelopen tot zo'n 8 uur per etmaal, waarvan ongeveer 2 uur REM slaap. In de laatste fase van het leven, is de totale slaap teruggelopen tot zo'n 6 uur per etmaal, waarvan ruim 1 uur REM slaap. De diepe slaap komt minder vaak voor en het ontwaken komt vaker voor, ook de lichte slaap komt vaker voor.

Dag- en nachtritme

Lichaamstemperatuur
De lichaamstemperatuur is niet helemaal constant over de etmaal heen. Deze varieert ongeveert 1 graad. Rondom acht uur 's avonds is deze op het hoogst, dit is ongeveer 37,5 graden. 's Nachts rondom 4 uur is deze op het laagst, rond 36,5 graden. Mensen die een natuurlijke dood sterven, doen dat relatief vaak rond 4 uur 's nachts. Overigens worden ook veel babies geboren rond deze tijd. Zelf ben ik geboren om 6 voor 4 's nachts.

Reactietijd
Uit experimenten is gebleken dat de reactietijd rond 7 uur 's avonds op zijn kleinst is. Dat is dus een mooie tijd om bijvoorbeeld computerspelletjes te spelen. Je bent dan op je best. De hele nacht is de reactietijd veel langer dan overdag, vooral rond vier uur. Autorijden is dan ook een stuk gevaarlijker dan overdag!

Fysiologische kenmerken

Oogbewegingen
Tijdens de REM slaap (de naam zegt het al: REM = Rapid Eye Movement) komen snelle oogbewegingen voor. De oogbeweging is ook sterk afhankelijk van de droomzelf. Als je droomt over het bekijken van een tenniswedstrijd en je (als dromer) volgt de bal, dan bewegen de werkelijke ogen mee met de bal. De dromer hoeft niet te vertellen hoevaak de bal heen-en-weer is gegaan, want vertellen de ogen wel...
Uit droomonderzoek, blijkt steeds de werkelijke oogbeweging te kloppen met dat wat de dromer heeft onthouden.
Er zijn twee soorten oogbewegingen:
1. De vloeiende oogbeweging. Deze oogbeweging ontstaat als je een bewegend voorwerp volgt.
2. De saccadische oogbeweging. Deze oogbeweging ontstaat als je langs een voorwerp kijkt, bijvoorbeeld bij het lezen van tekst, of als je je ogen beweegt met je ogen dicht. In de natuur komen dergelijke bewegingen ook voor. Eenden bijvoorbeeld, bewegen hun kop sprongsgewijs als ze lopen.
M.b.v. oogbewegingen is het bestaan van de lucide droom op twee manieren aangetoond. Eind jaren zeventig heeft Stephen Laberge een experiment gedaan om lucide dromen aan te tonen. Met een proefpersoon wordt afgesproken om tijdens de droom de ogen (bijvoorbeeld 5 maal) flink heen-en-weer te bewegen. Deze forse oogbewegingen zijn gemakkelijk te registreren en ook te tellen. De dromer doet dit wanneer hij/zij tijdens een droom weet dat hij/zij droomt, in veruit de meeste gevallen, herinnert de dromer dat hij/zij de ogen 5 keer flink heen-en-weer moet bewegen, dit wordt dan ook geregisteerd.
Deze proef is vaak herhaald op verschillende slaaplaboratoria. Steeds komt de timing en het aantal oogbeweging overeen, met wat de dromer vertelt na het wakker worden.
De tweede manier is het reproduceren van vloeiend oogbewegingen met de ogen dicht.
Als je wakker bent is het reproduceren van vloeiend oogbewegingen onmogelijk als je je ogen dicht hebt, ook het mentaal voorstellen van een bewegend voorwerp geeft geen vloeiend oogbewegingen.
Wanneer de proefpersoon in een droom een bewegend voorwerp volgt, is de oogbeweging wel vloeiend, net zoals je zou doen, als je wakker bent en je ziet hetzelfde.
Door met de proefpersoon een bepaalde oogbeweging af te spreken, kan de dromer dit reproduceren door in een droom de droomvinger van de dromer te volgen.
Nu voert de dromer de afgesproken opdracht uit, terwijl deze echt op dat moment moet dromen.

Motoriek, slaapwandelen
Tijdens de diepeslaap komen geen of nauwelijks bewegingen voor, omdat de motorische deel van de hersenen normaal er niet voor zorgen dat er signalen via de ruggemerg naar de spieren gaan. Gebeurt dit toch, dan resulteert dit in slaapwandelen. Het is dan ook logisch dat slaapwandelen vooral in het begin van de nacht plaats vindt.
Tijdens de REM slaap, zijn o.a. de motorische hersenen wel actief. Dat de dromer dan toch niet beweegt, komt omdat de motorische signalen uit de hersenen geblokkeerd worden in het ruggemerg. In zeldzame gevallen dat deze blokkade er niet is, is het resultaat dat de dromer zich heftig beweegt, dit kan tot gevaarlijke situaties leiden.
Tijdens de REM slaap komt er toch een klein deel van het signaal door naar bijvoorbeeld de vingers. Hiermee kan de dromer (naast de oogbewegingen) naar buiten communiceren. Hiermee kan de dromen korte teksten vanuit de droomwereld naar de echte wereld morsen, als de dromer de morsecode kent. Dit is ook werkelijk uitgeprobeert en de gemorste letters blijken steeds overeen te komen met wat de dromer heeft onthouden.

Pupilgrootte
De pupilgrootte is afhankelijk van de bewustzijnstoestand. Overdag is deze groot (als er weinig licht is). Tijdens de slaap is deze juist heel klein, ook al is er weinig licht. Zo kun je bijvoorbeeld nagaan of iemand echt slaapt danwel doet alsof.

Dromen zijn simulaties
Als je iets waarneemt en/of iets doet als je wakker bent dan lijken (kwa plaats en sterkte) deze signalen op de signalen als je dit zou dromen. In zeer grote lijnen geven deze signalen de inhoud van de droom weer. (angstige droom, dromen met veel bewegende beelden, dromen met veel geluid enzovoort)

Dromen zijn hallicunaties
Een hallicunatie is het waarnemen van elementen (beelden, geluid etc) die niet werkelijk bestaan. Oorzaak is dat de hersenprikkels binnen de hersenen ontstaan, in plaats van door de zintuigen. Hierbij ontstaat een "werkelijkheid" in de hersenen, dat niet volledig afleidbaar is geweest van de informatie uit de zintuigen. Het is in feite manipulatie van het beeld, veroorzaakt door dezelfde hersenen. Je neemt als het einderesultaat waar, niet het proces naar het eindresultaat. Hierdoor kun je niet "zien" dat de "werkelijkheid" gemanipuleerd is of niet. Dit zegt echter niks over de waarde en betekenis van dromen. Opvallend is dat mensen die van mening zijn dat dromen veel betekenis hebben, zelden zeggen dat dromen hallicunaties zijn, en dat mensen die niet in dromen "geloven" vaak zeggen dat dromen "slechts" hallicunaties zijn (waar je maar beter niet in kan verdiepen). Het lijkt alsof je zegt dat als je zegt dat dromen hallicunaties zijn, je de dromen "degradeert" tot "slechts" hallicunaties. Daarop kan ik het volgende zeggen: dat dromen hallicunaties zijn zegt niks over de waarde en betekenis van dromen, het zegt alleen "hoe" dromen ontstaan!

Activatie-synthese hypothese
De activatie-synthese hypothese is afkomstig van J. Allan Hobson en Robert McCarley. Als je naar de hersenactiviteit kijkt, lijkt het alsof je de droom echt beleeft. De dromen ontstaan dus doordat hersenen actief worden, zonder prikkels van buitenaf. De prikkels komen als PGO golven uit de hersenstam en gaan naar o.a. de visuele cortex, waardoor je droombeelden ziet.

Slaapstoornissen

Narcolepsie
Narcolepsie is een slaapstoornis waarbij je overdag als je wakker bent, opeens terecht komt in de REM slaap, dit gebeurt vooral tijdens momenten met veel emotie. De spieren verslappen waardoor je meteen valt. De ogen gaan niet dicht waardoor de werkelijke beelden en de droombeelden door elkaar lopen. Het is beanstigend omdat je niet weet wat echt is en wat niet. Rond 10000 mensen in Nederland hebben narcolepsie.
Voor meer informatie: klik hier.



terug naar dromen

pagina

datum: 4 Januari 2009
door: Joris Brouwer